Antiquariaat Lilien

Ephraïm Moses Lilien (1874 - 1925)

door Raymond Glaser


Ephraïm Moses Lilien aan het werk; ets.

Ephraïm Moses Lilien behoort tot de bekendste boekillustratoren uit het begin van de twintigste eeuw en is vandaag de dag bijna vergeten. Alleen een kleine schare van verzamelaars van exlibris, van boeken met illustraties, prenten, tekeningen en prentbriefkaarten stralen steeds weer als zij een kostbaar kleinood van deze kunstenaar kunnen aanschaffen.

Ephraïm Moses Lilien werd op 23 mei 1874 in Drohobycz, een klein provinciestadje in Galicië in het district Lemberg (nu L'viv, Oekraïne) - onderdeel van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie -, in een orthodox joods gezin geboren. In die tijd had ongeveer 50 % van de inwoners van Drohobycz een joodse achtergrond. Zijn vader was meester houtdraaier en kon met z'n karige verdiensten z'n vier kinderen niet genoeg schoolopleiding geven. Ephraïm moet na twee jaar het gymnasium verlaten en een baantje zoeken. Hij gaat in de leer bij een uithangbordenschilder, tot grote ergernis van de rijke tak van de familie Lilien. In 1890 vertrekt Ephraïm naar Krakau, waar hij een school voor kunstonderwijs bezoekt. Hij kan echter niet rondkomen van z'n maandelijkse toelage en keert in 1892 terug naar Drohobycz. Daar treedt hij weer in dienst bij de uithangbordenschilder. Niet veel later wint hij een tekenwedstrijd met een ontwerp voor een oorkonde ten behoeve van het ereburgerschap van de stad Drohobycz voor de Poolse dichter Cornelius Ujeski. Met het bedrag dat aan deze prijs verbonden is, trekt de jonge Ephraïm naar Wenen om daar zijn artistieke ontwikkeling verder uit te bouwen. Ook nu heeft hij onvoldoende financiële middelen om zich in te kunnen inschrijven voor de kunstacademie van professor Griepenkerls. Ten tweede male keert hij terug naar Drohobycz. In 1894 gaat hij naar München, waar hij als twintigjarige een vreemde wereld tegenover zich ziet. Ephraïm kan hier niets met z'n bagage aan kennis van de Talmoed-Thoraschool en twee jaar gymnasium. Jaren later zegt hij over die tijd: 'Ik herinner mij de vier jaar in München als een troosteloze tijd.'

Berlijn

In 1896 wint hij bij een wedstrijd van het blad Jugend weer een prijs, groot dertig mark. Drie jaar later, in 1899, verlaat hij München om naar Berlijn te trekken, want 'daar gebeurt het', daar bloeit de Jugendstil. Ephraïm sluit zich aan bij de kunstenaarsgroep 'Die Kommenden' met leden als Stefan Zweig, Else Lasker- Schüler, Erich Mühsam, Carl Busse, Georg Busse-Palma en ook Börries Freiherr von Münchhausen. Uit het contact met Börries ontwikkelt zich een hechte vriendschap en samenwerking. Samen maken ze een prachtig boek, het balladenboek Juda, waarvoor Ephraïm de illustraties maakt. Van meet af wordt het boek gezien als het belangrijkste boek rond 1900. Voor de socialistische krant Vorwärts maakt hij illustraties en op een grote kunsttentoonstelling die in 1899 in Berlijn wordt georganiseerd, worden voor het eerst zijn ontwerpen voor exlibris getoond. De schrijver Theodor Fontane (1819-1898) wijst erop dat het werk van Ephraïm dicht bij het werk van William Morris staat, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Arts & Craftsbeweging in Engeland. De ontmoeting met de joodse filosoof Martin Buber is belangrijk voor Ephraïm. Buber wordt een boezemvriend. Samen staan zij aan de wieg van een nieuwe bewuste joodse cultuur. In 1902 richten ze samen met Berthold Feiwel, Davies Trietsch en Chaïm Weizmann in Berlijn de Jüdischer Verlag op. Efraïm Moses Lilien houdt zich binnen deze uitgeverij vooral bezig met de artistieke kant. In 1903 verschijnt bij Jüdischer Verlag het eerste bewuste joodse boek: Jüdische Künstler van Martin Buber, waarin een groot aantal joodse kunstenaars wordt gepresenteerd, onder wie Jozef Israëls, Max Liebermann, Ephraïm Moses Lilien en Jehudo Epstein.

Zionisme

In 1906 trouwt Ephraïm met Helene Magnus. Hij wordt door zijn vrouw, die zeer liberaal joods is opgevoed, langzaam losgeweekt van het religieuze jodendom en zet dat om in het artistiek zionisme, dat zich ontwikkelt naast het politiek zionisme van Theodor Herzl (1860-1904), de beweging die streeft naar de terugkeer van de joden naar het land Zion, dat wil zeggen Palestina. Ephraïm is de ziel binnen de kunstzinnige stroming van het zionisme. Het eerder genoemde door hem geïllustreerde boek Juda, dat voor joden in het algemeen een ‘Festgeschenk’ is, laat duidelijk zien dat joden geëmancipeerd de nieuwe wereld tegemoet treden en mee willen doen. Later volgen nog drie delen van Die Bücher der Bibel met prachtige boekbandversieringen, bladversieringen en illustraties in scherp zwart en wit. Efraïm Moses Lilien neemt drie maal deel aan het Zionistencongres in Bazel. Voor het vijfde congres maakt hij de deelnemerskaart en de brochure met de rede van Herzl, met wie hij goed bevriend raakt. Beroemd is de foto van Theodor Herzl (1901) uitkijkend over de Rijn, die door Efraïm Moses Lilien gemaakt is. Vier maal bezoekt Ephraim Palestina. Tijdens zijn eerste reis in 1906 is hij betrokken bij de oprichting van de kunstacademie ‘Bezalel’ te Jeruzalem. Deze kunstacademie bestaat nog steeds en heeft in de jaren dertig van de vorige eeuw nadat Bauhaus in Duitsland moest sluiten, studenten en docenten uit Dessau opgevangen. Op al zijn reizen heeft Ephraïm veel getekend, waarvan hij later in Duitsland prachtige etsen heeft gemaakt. Bijna honderd verschillende prentbriefkaarten van Liliens werk zijn bij verschillende uitgeverijen uitgebracht. Op 16 juli 1925 overlijdt Ephraïm Moses Lilien in een kuuroord in Badenweiler. Hij is begraven op de joodse begraafplaats in zijn woonplaats Braunschweig. Nu nog steeds wordt er wereldwijd door een selecte groep prentbriefkaartenverzamelaars gezocht naar kaarten van Lilien. Sommige zijn moeilijk te vinden, zoals de kaart die in Rusland is uitgebracht. Een tweetal maanden geleden kon ik een uiterst zeldzame brief uit 1903 van Ephraïm Moses Lilien gericht aan de Weense schrijver Paul-Dworaczek-Wilhelm (1873- 1913) aankopen. Hierin schrijft Lilien dat er een boek over zijn werk uitkomt met een inleiding van Stefan Zweig. Ook schrijft hij over een boek dat hij samen met Maxim Gorki maakt en dat in december [1903] uitkomt. Het recente boekwerk Jugenstil en Zionisme. De prentbriefkaarten van E.M. Lilien (2007) van Dr. C. Naaktgeboren laat alle prentbriefkaarten zien. Daarmee hoort Ephraïm Moses Lilien naar mijn idee nog steeds bij de ‘levenden’!


Sein Werk

aan de Weense schrijver Paul-Dworaczek-Wilhelm

Literatuur

- Martin Buber, Jüdische Künstler (Berlijn, Jüdischer Verlag, 1903). - Die Bücher der Bibel, herausgegeben von F. Rahlwes. Band I, VI en VII. Met illustraties van E.M. Lilien (Braunschweig, Verlag Georg Westermann, 1908-1912).

- Börries Freiherr von Münchhausen, Juda. Gesänge. Met illustraties van E.M. Lilien (Berlijn, Egon Fleischel & Co, na 1900).

- Lothar Brieger, E.M. Lilien. Eine Künstlerische Entwickelung um die Jahrhundertwende (Berlijn/Wenen, Verlag Benjamin Harz, 1922).

- Ekkehard Hieronimus, Der Grafiker E.M. Lilien (1874-1925). Arbeidsberichte aus dem Städtlichen Museum Braunschweig, nr. 25 (Braunschweig 1974).

- E.M. Lilien. Unterwegs im alten Orient. Der Raderier und Lichtzeichner Ephraim Moses Lilien (München, Galerie Michael Hasenclever KG, 2004).

- Theodor Herzl, De Jodenstaat, poging tot een moderne oplossing van het joodse vraagstuk. Met nawoord van Isaac Lipschits (Amsterdam, Mets & Schilt, 2004; eerste uitgave 1896).

- Dr. C. Naaktgeboren, Jugendstil en Zionisme. De prentbriefkaarten van E.M. Lilien (Vereniging Documentatie Prentbriefkaarten, 2007).